Verhalenarchief 2010-2011 - Augustus 2011

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoudsopgave
Verhalenarchief 2010-2011
September 2010
Oktober 2010
November 2010
December 2010
Januari 2011
Februari 2011
Maart 2011
April 2011
Mei 2011
Juni 2011
Juli 2011
Augustus 2011
September 2011
Oktober 2011
November 2011
December 2011
Alle pagina's

VREEMDE VOGELS OP DE VOGELTJESMARKT

Op een mooie zaterdagmorgen reden Remco en Marieke met een kalm gangetje over de A28 naar Zwolle. Remco had Marieke om negen uur bij haar flat opgehaald, omdat ze samen naar de Christelijke Boekenbeurs in de IJsselhallen in Zwolle zouden gaan. Remco moest voor het Christelijk Dagblad een artikel over de beurs schrijven en Marieke ging mee om foto’s te maken.

Ze waren via Putten gereden, om daar de tweeling Christine en Christiaan op te pikken, die ook wel eens naar de beurs wilden.

“Ben jij wel eens eerder op de boekenbeurs geweest?” vroeg Marieke, toen Remco bij de afrit Zwolle-Zuid de snelweg verliet.

Remco schudde zijn hoofd.

“Ik had er best eerder heen willen gaan,” zei hij, “maar om de één of andere reden is het er nooit van gekomen.”

“Ik heb gehoord dat er ook schrijvers zijn, die een handtekening in hun boeken zetten,” zei Christiaan.

“Dat heet signeren!” wist Christine.

“Net of ik dat niet weet!” snoof Christiaan. “Ik ga lekker het nieuwste boek van Bert Wiersema kopen.”

“Ik mag ook een boek uitzoeken,” zei Christine. “Maar ik weet nog niet welk boek ik zal kiezen.”

‘Nou, als ik het goed heb begrepen, is er keus genoeg,” lachte Marieke. “Waarschijnlijk zie je door de bomen het bos niet meer.”

 

Hoe dichter ze bij de IJsselhallen kwamen, hoe drukker het werd. Voor de hekken rond de IJsselhallen stond zowaar een hele file.

“Ik wist niet, dat er zoveel mensen naar die boekenbeurs toe gingen,” zei Remco, terwijl hij met een zucht achteraan sloot. “Het is vast loeidruk in de hal en met deze warmte is dat vast geen pretje.”

“We kunnen net zolang blijven als we willen,” stelde Marieke hem gerust. “Ik weet niet, hoeveel tijd jij nodig hebt om een goede indruk te krijgen voor je stukje in de krant, maar ik denk dat ik met een halfuur wel klaar ben.”

“Mag het dak van de Eend open?” vroeg Christiaan.

Remco schudde zijn hoofd.

“Misschien straks, op de terugweg. Nu is het de moeite niet meer.”

“Ik zie allemaal mensen met vreemde kistjes lopen,” zei Christine. “Ik vraag me af wat daarin zit.”

“Vast geen boeken!” zei Christiaan. “Die zitten bijna altijd in een plastic zak.”

“Ja, en deze mensen gaan naar de beurs toe,” zei Remco. “Meestal heb je minder bij je als je naar een beurs toegaat, dan als je er vandaan komt. Eerlijk gezegd snap ik het ook niet.”

“En er staan ook allemaal auto’s met een buitenlands nummerbord op de parkeerplaats,” zag Christiaan. “Wat moeten die nou op een Nederlandse boekenbeurs?”

Opeens begon Marieke te lachen. Ze wees naar een spandoek, boven de hoofdingang van de IJsselhallen. Met grote letters stond er: ‘19 SEPTEMBER INTERNATIONALE VOGELTJES-MARKT’.

“Die mensen komen dus helemaal niet voor de boekenbeurs, maar voor de vogeltjesmarkt,” zei ze.

“Wat doen ze daar dan?” wilde Christiaan weten.

“Misschien worden er wedstrijden gehouden, wie de mooiste vogels van een bepaald ras heeft,” veronderstelde Remco. “Of ze komen hier naartoe, om vogels te kopen of te verkopen.”

“Ik vind vogels in een kooitje zielig!” zei Christine uit de grond van haar hart. “Ik ben blij, dat wij naar de boekenbeurs gaan.”

 

Bij de ingang van de vogeltjesmarkt stonden rijen mensen te wachten, maar bij de boekenbeurs was het een stuk rustiger. Door een zijingang konden de bezoekers die beurs bereiken. Omdat ze geen toegang hoefden te betalen, konden ze zo doorlopen.

Vooral Christine en Christiaan keken hun ogen uit. Bij de stand van uitgeverij De Vuurbaak zat een man met een grote herdershond. Om hem heen lagen grote stapels boeken van Snuf de hond.

“Dat is vast de hond die in de film van Snuf heeft meegespeeld,” zei Christiaan opgewonden.

“Jij snapt het,” zei de man. “Als je wilt mag je hem wel aaien.”

Het uur dat volgde zwierven ze met z’n vieren rond op de beurs. Marieke schoot de ene foto na de andere en Remco maakte ijverig aantekeningen.

Hoewel hij wel even moest wachten voordat hij aan de beurt was, lukte het Christiaan een gesigneerd exemplaar van het nieuwste boek van Bert Wiersema te bemachtigen. Christine koos bij een andere stand een boek uit over een meisje dat heel erg ziek werd: ‘Julia’s zus.’

‘Zullen we ergens wat gaan drinken?’ stelde Remco voor, nadat de kinderen hun boeken gekocht hadden.

“Graag!” zeiden Christine en Christiaan precies tegelijk.

Middenin het gebouw was ergens een soort restaurant gemaakt, waar ze konden zitten. Remco en Marieke namen koffie en de tweeling cola. Ze hadden nog maar net een tafeltje gevonden, toen er opeens een vogel door de hal vloog. Christiaan zag hem als eerste.

“Er is in de hal hiernaast een vogel ontsnapt,” wees hij.

“Dat denk ik ook,” knikte Remco. “Eigenlijk is het één grote hal, de muur tussen de boekenbeurs en de vogeltjesmark loopt niet door tot het plafond. Daardoor kan die vogel hier ook naar toe vliegen.”

“Daar zit er nog één,” wees Christine.

“En daar!”

Steeds meer vogels vlogen rond boven de boekenbeurs.

Haastig dronk Remco zijn koffie op.

“Er is hiernaast iets aan de hand,” stelde hij vast. “Ik ga er naartoe!”

“Wij gaan mee!”

 

Eenmaal buiten begon Remco te rennen. De tweeling volgde zijn voorbeeld. Marieke volgde in een iets kalmer tempo.

Bij de ingang van de vogeltjesmarkt was het een drukte van belang. Mensen stonden voor de ingang en zorgden ervoor dat de deuren gesloten bleven. Er kon niemand meer in of uit.

“Wat is er aan de hand?” vroeg Remco aan een man, die een armband met daarop: “Organisatie” om had.

“Op de één of andere manier zijn er een heleboel vogels ontsnapt. We snappen er niets van. We organiseren deze beurs al jaren, maar zoiets is nog niet eerder gebeurd.”

“Mogen wij naar binnen? Ik ben journalist en volgens mij is dit nieuws!”

“Zolang de vogels niet gevangen zijn, mag er geen mens in of uit,” zei de man resoluut. “Sommige van de tentoongestelde vogels kosten een vermogen. Het is een ramp als die naar buiten toe ontsnappen. Als ze eenmaal buiten zijn, vind je ze waarschijnlijk nooit meer terug.”

“Dan mag u ze bij de boekenbeurs hiernaast ook wel waarschuwen,” zei Christiaan. “Er vlogen al verschillende vogels boven de boekenbeurs.”

“Ook dat nog,” mopperde de man. “Zou u die boekenwurmen willen waarschuwen? Ik kan hier onmogelijk weg.”

“Christine en Christiaan, jullie hollen naar de zijdeur, om die af te sluiten. In ruil daarvoor laat meneer Marieke en mij naar binnen.”

“Geen sprake van,” sputterde de man tegen.

“Het viel te proberen,” grijnsde Remco. “Ga toch maar, jongens. Als die vogels naar buiten toe ontsnappen, gaan ze waarschijnlijk dood.”

“Jij snapt het,” zei de man van de organisatie. “Het zijn bijna allemaal tropische vogeltjes. Misschien overleven ze het een paar weken, maar zodra het ’s nachts kouder wordt, gaan ze onherroepelijk dood.”

Omdat hij de man niet kon overhalen hem en Marieke maar binnen te laten, liep het tweetal langzaam terug naar de boekenbeurs.

“We weten dat de hal uit één stuk bestaat,” dacht Marieke hardop. “Anders konden die vogels niet boven de boekenbeurs komen. Het is ook logisch, dat de twee beurshelften door middel van een verplaatsbare muur of een hek tijdelijk van elkaar gescheiden zijn. Het lijkt me stug, dat er daarin geen deuren zitten.”

“Natuurlijk zitten er deuren in!” zei Remco “Misschien kunnen we binnendoor op de vogeltjesmarkt komen.”

“Reken er maar niet teveel op,” zei Marieke somber. “Als er deuren zijn, zitten die natuurlijk op slot. Anders zou iemand via de boekenbeurs gratis op de vogeltjesmarkt kunnen komen.”

Gelukkig deden de mensen die bij de deur van de boekenbeurs stonden niet al te moeilijk, toen Marieke en Remco naar binnen wilden. De deurwachters, die er eigenlijk alleen maar stonden om folders uit te delen, waren druk in gesprek met de tweeling.

“Er zijn honderden vogels ontsnapt,” hoorde Remco Christiaan zeggen.

“Overdrijven is ook een vak,” grijnsde hij. “Zo komen de praatjes in de wereld. Er is nog helemaal niet bekend, hoeveel vogels er ontsnapt zijn.”

“Het gaat er ook niet om, hoeveel vogels er ontsnapt zijn, maar hoe het heeft kunnen gebeuren. Ik ben echt heel benieuwd wat er aan de hand is!” zei Marieke, terwijl ze zich dwars over de boekenbeurs naar het midden van de hal haastten.

“Misschien heeft Christiaan wel gelijk, met z’n honderden vogels. Moet je kijken, hoeveel er daar op die dwarsbalk zitten!”

“Kijk maar uit,” zei Marieke. “Straks zit je onder de vogelpoep.”

Ze kwamen aan het eind van de boekenbeurs, waar ze zich achter de muren van de stands konden verschuilen. Tussen de achterwanden van de verschillende stands en de tussenwand was een gang van een meter breed vrij gehouden, waarschijnlijk op last van de brandweer.

Daar wachtte hen een teleurstelling. Er zaten wel deuren in de zwarte wand, maar die hadden niet eens een deurknop. Vanaf deze kant was het onmogelijk het andere deel van de hal te betreden.

“Jammer!” zei Remco. “Daar gaat onze primeur. Het ziet er niet naar uit, dat we op de vogeltjesmarkt kunnen komen.”

“Ik zou kunnen proberen er overheen te klimmen,” stelde Christiaan voor, die zich samen met Christine weer bij Marieke en Remco gevoegd had. “Als ik op jouw schouders ga staan, Remco, moet het lukken.”

Remco keek omhoog, langs de wand, die zo’n drie meter hoog was.

“Het zou kunnen,” aarzelde hij. “Maar wat dan? Ik heb er weinig aan als jij aan de andere kant staat en wij hier.”

“Vanaf de andere kant kun je de deur vast wel openen,” zei Christiaan. “En als dat niet zo is, loop ik gewoon naar de uitgang. Vroeg of laat zullen ze de bezoekers van de vogeltjesmarkt toch weer laten gaan. Zal ik jouw fotocamera vast meenemen, Marieke?”

“Geen sprake van! Je denkt toch zeker niet, dat ik jou met m’n dure toestel over die wand laat klimmen! Als er wat mee gebeurd, ben ik in de aap gelogeerd.”

“Dat komt dan goed uit,” grijnsde Christiaan, “want ik was net van plan me als een aap te gedragen.”

“Schiet nou maar op,” zei Christine. “Straks komt er iemand aan.”

Snel maakte Remco van zijn handen een kommetje. Hij kreunde even, toen Christiaan via die handen op zijn schouders ging staan.

“Je moet rechtop gaan staan,” waarschuwde Christiaan. “Anders kan ik er niet bij.”

“Ik doe mijn best!” zei Remco. “Maar schiet alsjeblieft op. Straks houd ik het niet meer.”

“Het lukt al.” Lenig trok Christiaan zich op aan de bovenrand van de houten tussenwand.

“Wat zie je?” vroeg Christine, toen hij schrijlings op de muur ging zitten.

“Ik kan helemaal over de beurs kijken en het is er een zooitje! Het lijkt wel of iedereen in paniek is.”

“Kun je van bovenaf zien, of je de deur vanaf de andere kant kunt openmaken?” wilde Remco weten. “Anders kun je maar beter weer aan deze kant naar beneden komen.”

“Ik zie in ieder geval een deurklink,” zei Christiaan. “Wacht, dan laat ik me zakken!”

“Doe voorzichtig!” riep Marieke hem na. “Ik vind het eng hoog!”

“Valt best mee!” zei Christiaan luchtig. Hij werkte zich verder over de rand, tot alleen zijn handen, die om de bovenrand van de wand gekneld zaten, nog maar te zien waren. Meteen nadat die waren verdwenen, hoorden ze aan de andere kant van de wand een bons.

“Gaat het?” vroeg Remco.

“Best!” De deur zwaaide open en Christiaan stond breed grijnzend in de deuropening.

“Treed binnen!” zei hij.

Precies op dat moment kwam er een man vanaf de boekenbeurs kijken wat er achter de stands gebeurde.

“Wat moet dat daar?” vroeg hij bits.

Het viertal gaf geen antwoord. Haastig gingen Marieke, Remco en Christine de deur door, die naar de vogeltjesmarkt voerde. Voordat de man bij de doorgang was, duwde Christiaan de deur terug in het slot.

“Doe open!” riep de man woedend. “Jullie hebben daar niets te zoeken!”

“Wij willen graag weten, hoe het komt dat er zoveel vogels ontsnapt zijn,” riep Remco terug. “Dat is alles.”

“Kom terug, of ik waarschuw de politie!”

“Dat zou ik zeker doen, want ik denk niet, dat het normaal is wat er op de vogeltjesbeurs gebeurt,” zei Remco. “Kom jongens, we gaan. We hebben al genoeg tijd verspild.”

Zonder op het gemopper van de man te letten, liepen ze tussen een aantal lege stellingen door naar een tweede muur, die sprekend leek op die waarover Christiaan zojuist geklommen was. Ook hier zat de klink aan de binnenkant. Toen Remco opzij keek, zag hij zowel links als rechts een deur, waarboven met groene letters UIT stond. Kennelijk zaten er in de beide zijmuren uitgangen, die hij van buitenaf over het hoofd had gezien.

“We kunnen het beste om beurten de beurs op glippen,” stelde Marieke voor. “Dan valt het minder op.”

“Ga jij maar eerst!” zei Remco, "dan volg ik over een minuut of zo."

 

Toch wel een beetje angstig glipte Marieke de beurs op. Wat ze zag viel met geen pen te beschrijven. Op de vogeltjesbeurs was het een chaos. Mensen gilden en liepen door elkaar, sommigen met een vogelkooitje in de hand, ander hielden een angstig piepend vogeltje in hun handen gevangen. Stellages met vogelkooien waren omvergegooid en overal zaten of fladderden vogels. De ravage was enorm.

Omdat iedereen met zichzelf of met de vogels bezig was, werd Mariekes plotselinge verschijning vanachter de tussenmuur door niemand opgemerkt. Haastig haalde Marieke haar fototoestel voor de dag en toen Remco zich even later bij haar voegde, had ze al een stuk of tien foto´s gemaakt.

“Het lijkt wel of er hier een wervelstorm heeft gewoed!” zei Remco verbijsterd. “Hoe kan dit?”

“Er lopen hier een stel als vogels verklede malloten rond!” zei één van de standhouders, die probeerde een vogeltje in een houten kistje te stoppen. “Ze zijn achter de stellingen met vogeltjes gekropen en hebben die naar voren geduwd, waardoor heel veel kooien en hokken kapot zijn gevallen. Er zijn ik weet niet hoeveel vogels ontsnapt.”

“Waarom?” vroeg Remco zich hardop af.

“Omdat ze niet goed snik zijn!”

“Lopen die lui hier nog steeds rond?”

“Geen idee! Help me liever m’n vogels te vangen. Er vliegt hier alleen van mij al voor meer dan duizend euro rond.”

“Ik heb helemaal geen verstand van vogels,” zei Remco eerlijk. “Ik zou echt niet weten hoe ik dat moet doen!”

“Wat doen jullie hier dan, als je geen verstand hebt van vogels?” Achterdochtig keek de man Marieke en Remco om beurten aan.

“We werken voor een krant,” legde Remco uit. “Eigenlijk zijn we hier voor de boekenbeurs, maar toen we merkten dat er hier iets loos was, zijn we hierheen gegaan.”

“We moeten zien dat we één van die vreemde vogels te pakken krijgen,” fluisterde Marieke. “Die moeten hier nog zijn, want die lui van de organisatie laten er geen mensen in of uit.”

“Laten we eerst op de tweeling wachten,” stelde Remco voor, “en daarna twee aan twee op zoek gaan. Jij met Christine en ik met Christiaan.”

 

Een paar minuten later, toen hij met Christiaan over de beurs zwierf, kreeg Remco pas goed door, hoe groot de chaos was. Niet alleen veel kooien en hokjes waren stuk, er waren ook mensen gewond geraakt. EHBO’ers met felgele hesjes waren druk in de weer slachtoffers te verbinden, die wat verdwaasd tussen de brokstukken zaten. Af en toe probeerde Remco een praatje met de mensen te maken, maar bijna niemand was in de stemming voor een interview. Ook als Remco zijn perskaart voor de dag haalde, reageerden de meeste mensen nauwelijks. Op de vraag waar de vreemde vogels waren gebleven, moest iedereen het antwoord schuldig blijven.

Remco wilde net de moed opgeven, toen Christine kwam aangerend.

“Kom mee,” zei ze. “Marieke en ik hebben wat gevonden.”

Nieuwsgierig liepen de twee broers met haar mee. Marieke stond hen in een hoek van de hal op te wachten.

“Kijk daar,” wees Christine.

In de hoek lag een grote berg lege, kartonnen dozen. Omdat niemand de moeite genomen ze plat te maken, was de stapel onnodig groot. Onder de stapel, tegen de buitenmuur, lag iets bruins.

Haastig begon Christiaan de dozen weg te trekken. Al gauw kwam er een bruin pak te voorschijn. Op de rug zaten twee veren genaaid. Een grote vogelkop lag ernaast. Hoe meer dozen Christiaan opzij schoof, hoe meer vogelpakken er te voorschijn kwamen. Een paar mensen, die zagen waar ze mee bezig waren, begonnen Christiaan mee te helpen. Uiteindelijk lagen er zes complete vogelpakken naast elkaar op de grond.

“De daders lopen nu dus in gewone kleren rond,” zei één van de omstanders bitter. “Iedereen kan het dus zijn! Misschien zijn zij het zelf wel en probeerden ze niet de vogelpakken op te sporen, maar juist ze te verstoppen.”

“Lever ze uit aan de politie!” begon iemand te roepen.

“Rustig!” Marieke had moeite boven het geschreeuw van de menigte uit te komen. “Op het moment dat die lui hier bezig waren, liepen wij nog op de boekenbeurs rond. Kijk maar op mijn fototoestel. De tijd staat erbij.”

“Eerst zien en dan geloven,” zei de man die hen vals had beschuldigd.

“Kom maar hier,” wenkte Marieke. Haastig klikte ze de foto’s terug, totdat ze bij die van de boekenbeurs was. “Kijk,” wees ze, “deze foto heb ik gemaakt, toen we de eerste vogels zagen vliegen. Daarna zijn we naar buiten gegaan. Hier zie je mijn collega in gesprek met iemand van de organisatie, die ons niet binnen wilde laten. Uiteindelijk is het ons toch gelukt op de beurs te komen, waar ik de volgende foto’s gemaakt heb.”

“Ze heeft gelijk,”gaf de man toe. “Maar het had gekund!”

“Absoluut,” gaf Remco toe. “Maar u kunt het zelf ook gedaan hebben. Iedereen kan het gedaan hebben, dat is juist zo vervelend. Ik denk niet, dat je tussen al die mensen hier die daders ooit terug vindt. Da’s best jammer, want ik zou graag willen weten, waarom ze het gedaan hebben!”

“Die vogelpakken moeten in ieder geval naar de politie,” zei een man, die net als de man buiten een armband had. “Ze zijn van plan iedereen te verhoren.”

“Zullen we proberen langs dezelfde weg weer weg te komen?” stelde Christiaan voor.

Remco schudde zijn hoofd.

“Dat lijkt me niet slim. Als we gesnapt worden, heb je de poppen aan het dansen. Dan denken ze vast dat wij het gedaan hebben.”

 

Het werd een lange, saaie middag. Iemand kwam op het slimme idee om een plek middenin de hal leeg te maken en daar een grote berg zangzaad neer te strooien. Met behulp van netten werden de vogels die kwamen eten gevangen. Hoewel de vogels bijna allemaal een ring droegen, was het nog een heel gezoek voordat de beestjes terug waren bij hun eigenaren.

Terwijl ze in de rij stonden om door de politie verhoord te woorden, duwde een onbekende vrouw Remco opeens een papiertje in de hand. Voordat hij om kon kijken wie het gedaan had, was ze in de menigte verdwenen.

Voorzichtig vouwde hij het papiertje open. Er stond alleen een 06-nummer op, meer niet.

 

Terug in Putten, waar de tweeling in geuren en kleuren vertelde wat er gebeurd was, toetste Remco het nummer in.

“Met mij. Stel geen vragen. U wilt weten waarom wij het gedaan hebben en wij willen, dat de wereld weet waarom wij het gedaan hebben! Er moet een einde komen aan het opsluiten van onschuldige dieren, zoals vogels, nertsen, konijnen, apen, cavia’s enzovoort. Dieren horen in de vrije natuur, niet in piepkleine hokken of stallen. Wij zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat dieren, net als wij, kunnen gaan en staan waar ze willen.”

“Maar als je tropische vogels in Nederland laat ontsnappen, gaan ze dood!” protesteerde Remco.

“Tropische vogels horen hier ook niet, maar in de tropen! Net zo min als leeuwen in de dierentuin horen en nertsen in bontfokkerijen.”

“Ik neem aan, dat u namens een actiegroep spreekt,” zei Remco. “Welke naam mag ik in het krantenartikel noemen?”

“Deze keer gebruikten we de naam: ‘Vogel vrij!’” antwoordde de vrouw. “Maar een volgende keer heten we vast weer anders.”

Remco wilde nog meer vragen stellen, maar de verbinding werd verbroken. Toen hij het nummer opnieuw probeerde te bellen, vertelde een vriendelijke damesstem hem, dat het door hem gekozen nummer niet in gebruik was.

“En nu?” vroeg Marieke, nadat Remco verteld had wat hij zojuist gehoord had.

“Nu niets meer. We zorgen er voor, dat er dinsdag een artikel in de krant komt over de gebeurtenissen van vandaag. De lezers moeten zelf maar beoordelen, of het toegestaan is Gods schepselen op te sluiten in een kooitje.”

“Ik denk, dat er in heel veel gevallen niets mis mee is,” vond Christiaan. “Als een kanarie in een kooitje zich niet happy zou voelen, zou hij vast niet zo vrolijk fluiten.”

“Veel huisdieren, ook vogels, zijn in gevangenschap geboren en opgegroeid. Die dieren weten niet beter en zouden in vrijheid binnen de kortste keren omkomen,” voegde Christine er aan toe. “Hoewel het in feite best zielig is, zo’n mooi beestje in een kleine kooi.”

“Zo is dat!” zei Remco. “En nu gaan Marieke en ik er als een haas vandoor.”

“Vergeet je Eend niet te voeren,” grinnikte Christiaan, terwijl hij het tweetal uitzwaaide. “Straks vliegt hij weg.”

‘Van mij mag hij,” zei Marieke.

“Van mij mogen jullie allebei opvliegen!” zei Remco zuur.